HomeKennisbank ❱ De rol van software bij Steve Jobsscholen

De rol van software bij Steve Jobsscholen

door Jorrit Venema in Opinie , Cloud , SaaS

Is tooling de basis van een leermethode?

Vorige week schreef de Volkskrant over Steve Jobsscholen die "massaal stoppen" omdat ze de methode te rigide, te duur en te commercieel vinden.

Wat betreft de hoge kosten van de methode gaat de meeste aandacht in het artikel naar de ondersteunende software. Deze blijkt niet alleen behoorlijk prijzig te zijn, maar vooral: scholen zijn verplicht de software af te nemen bij de methode.

Verplichte software bij een leermethode. Gaat de methode dan niet teveel over de vorm in plaats van over de inhoud?

Steve Jobs school

Er komt een aantal schoolbestuurders aan het woord om toe te lichten wat er dan zo rigide en duur is aan de methode "O4NT" (Onderwijs voor een Nieuwe Tijd). Ze scheppen een beeld van de verplichte afname van ondersteunende diensten, stijgende kosten en te strikt opgelegde werkwijzen.

Behalve de scholen blijkt ook een aantal mede-oprichters zich te hebben teruggetrokken omdat ze vinden dat O4NT te commercieel is geworden.

Naast de scholen die stoppen -volgens het artikel zijn 25 van de 46 aangesloten of 'flirtende' scholen afgehaakt- worden overigens ook aangesloten en flirtende scholen genoemd die nog steeds enthousiast zijn.

De kosten

Het blijkt dat scholen voor de leermethode O4NT ongeveer 9 euro per leerling er maand betalen aan het bedrijf sCoolSuite dat de methode ontwikkelt. Dit komt jaarlijks neer op ruim 20.000 euro voor een doorsnee school van 200 leerlingen. Dit is exclusief andere kosten, zoals trainingen voor docenten en eventuele aanpassingen aan het gebouw.

De leermethode wordt dus 'afgenomen' als een service: dat lijkt op een subscription model. In de software wereld is het eigenlijk alweer ouderwets om per gebruiker te betalen, maar het toont veel overeenkomsten.

Maar is een leermethode niet in de eerste plaats wat het woord zegt - een methode? Hoe werkt dit dan: betaal je voor een methode een abonnement?

Niet helemaal.

Het subscription model

De docenten worden opgeleid, de gebouwen worden aangepast. En daarna betaal je maandelijks per leerling om de methode toe te passen. Betekent dit dan dat sCoolSuite een patent of een bepaald alleenrecht heeft op het 'uitgeven' van de methode?

Er zit iets anders achter: voor het maandbedrag krijgt de school toegang tot 'speciale software' ter ondersteuning van de methode.

Aha, dus het ís een software subscription model.

De software

En die software lijkt een cruciale rol te spelen in de methode. Dit wordt door een aantal sprekers in het artikel benadrukt:

  • Oprichter Maurice de Hond: 'Alle investeringen in trainingen en software moeten natuurlijk wel worden betaald.'
  • directeur Pel van basisschool de Ark (enthousiast over O4NT): 'Dankzij de software kunnen we voor meer dan 100 leerlingen individuele roosters maken. Probeer dat maar eens met pen en papier, dan word je gek.'

Het alternatief van de dure sCoolSuite software wordt hier geschetst als 'pen en papier'. Dit zou iets kunnen zeggen over de argumenten waarmee de software in de methode wordt ingebracht.

Het lijkt erop dat de planningssoftware (en andere onderdelen van de 'suite') door sCoolSuite worden verbonden als cruciale, onmisbare en niet-optionele onderdelen van de methode.

Maar als specifieke tooling deel uitmaakt van de methode, gaat de methode dan niet teveel over de vorm in plaats van over de inhoud? En wat zegt dit over de methode?

De positionering

Scholen en betrokken onderwijsspecialisten realiseren zich vast dat je een methode het liefste los wilt kunnen zien van de tooling (software). De tools ondersteunen de methode en maken haar mogelijk, niet meer dan dat.

Planningssoftware in dit geval: daarvoor kun je best een eenvoudige ondersteunende tool vinden of laten maken.

Natuurlijk kun je doen alsof planningssoftware heel complex is, door het tegenover een vreselijk alternatief horrorscenario te stellen, zoals pen en papier. Maar dat is gewoon een slimme positionering vanuit de leverancier.

Het alternatief

Alternatieven zijn er wel degelijk. De scholen huren nu eigenlijk een SaaS-oplossing bij sCoolSuite en betalen per gebruiker. Maar ze profiteren samen niet van de flexibele prijsvoordelen (zoals betalen per opslagruimte en CPU-time) die cloud software kan bieden.

Omdat O4NT de software verplicht in de methode en geen concurrenten heeft, kan zij zelf de prijs bepalen. De kans is daarom groot dat de scholen veel kunnen besparen door de planningssoftware op dezelfde manier (Saas), maar in een andere vorm bij een andere aanbieder af te nemen.

Er zijn voldoende generieke SaaS-oplossingen voor planningssoftware beschikbaar. Zo kun je hier al oplossingen vinden die rond de 150 euro per maand kosten, voor 100 'plangebruikers'.

Of SaaS de functionaliteit biedt die de scholen nodig hebben, dat is nog maar de vraag. Door de generieke opzet zijn SaaS-oplossingen vaak overcompleet en niet flexibel genoeg.

Nog beter zouden de scholen deze software collectief kunnen ontwikkelen, om daarna gezamenlijk te betalen voor het werkelijke gebruik (hosting, opslag, CPU-time). Dat zal vele malen voordeliger zijn dan de huidige kosten per leerling.

En het zelf bouwen, of huren in een andere vorm, is echt mogelijk. Dat dit geen bagatellisering is van de complexiteit van de huidige software, blijkt in het artikel uit het verhaal van een schooldirecteur die zich niet gek heeft laten maken met het 'pen en papier' horrorscenario.

Deze directeur zegt de dure software gewoon te hebben vervangen met gratis en goedkope tools van Microsoft en Google. Daarmee bewijst hij dat de software misschien wel complex is, maar niet zodanig uniek dat de methode niet zonder déze specifieke software van O4NT kan.

Het gevolg is voor hem nogal wrang: O4NT sluit deze school vervolgens uit van de methode, want de software is verplicht. Zonder afname van de software is het volgens hen niet mogelijk om de methode uit te voeren.

De software is dus geen ondersteunende tool, maar de software ís (deels) de methode. Hiermee geeft O4NT eigenlijk al antwoord op de vraag bovenaan dit artikel: de tooling is de basis van de methode. Op zijn minst maakt O4NT de vorm van de methode heel belangrijk.

De winst

De aandacht van de scholen gaat nu vooral naar de kosten van de methode. Maar nog wel belangrijker lijkt me de vaststelling dat de vorm zo belangrijk is voor de methode.

Dat de methode zo duur is, komt vooral doordat de vorm wordt opgelegd.

Als ik een inventarisatie uitvoer met een opdrachtgever, dan gaan alle alarmbellen rinkelen als ik aanvoel dat de software het proces moet gaan 'worden', in plaats van 'ondersteunen' of 'verbeteren'.

De aandacht gaat dan teveel naar de vorm van de oplossing (de software), en niet naar de doelstelling ervan (zoals efficiency, foutenreductie). Dit leidt zonder uitzondering tot geldverspilling, suboptimale resultaten en een veel te sterke afhankelijkheid van het instrument dat je aan het maken bent.

In dit geval lijkt het ook zo te gaan: doordat er zoveel nadruk ligt op de software, en doordat de software zelfs verplicht moet worden afgenomen, is de software de methode 'geworden'.

Het scheiden van de methode en de tools zou behalve kostenbesparing vooral wel eens kunnen leiden tot een flinke vereenvoudiging van O4NT en een sterkere focus op de inhoud, waardoor de methode meer tot haar recht zal komen.

Het enige nadeel: sCoolSuite zal dit niet willen. Juist déze verbetering staat haaks op het bedrijfsbelang. Want zoals de oprichter zelf al in 2014 zei:

Het businessmodel van de Steve Jobsscholen? De software!


Gerelateerde berichten

Onderwerp: Opinie, Cloud, SaaS


Nog geen reacties

Uw reactie:

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd

030 320 0450

Contact pagina - Algemene Voorwaarden - Support

Kanaalweg 18-G 3526KL Utrecht

K.v.K. 30187211

 

Onze klanten geven VAART software een 4.5/5 (4 beoordelingen )